Gedicht Leonbergse hond
Ik ben een Leonbergse hond. Van kleur roodbruin of donkerblond. Een mooi zwart masker siert mijn snuit en geeft mij ietwat van een guit.
Mijn afmetingen zijn van dien aard dat het voor een flat veel zorgen baart. Daarbij een beharing, dicht en lang, hiervoor is een menig huisvrouw bang.
Ik heb donkere ogen en hangende oren, geen staande, want die storen. Verplicht is ook een schaar gebit, geheel compleet en vooral wit.
Een strakke rug, niet kort, niet lang, is een vereiste voor een goede gang. Mijn achterhand vertoont een korrekte hoek en wordt gesierd door een mooie broek.
De borst is diep en behoorlijk breed, geen opgetrokken buik, ‘t is maar een weet. Als finishing touch een volle staart en ik ben de naam LEONBERGER waard.
Ik ben vriendelijk en zacht voor kinderen, maar laat niemand hen ook maar hinderen want ik sta klaar met een sterk gebit. Wat dat betreft heb ik wel degelijk pit.
Eén van mijn allergrootste taken is het baasje en de zijnen bewaken. Ik doe dit zonder uiterlijk vertoon. Baasjes liefde is mijn loon.
Ik houd van spelen, rennen en draven, en, al mag het niet, kuilen graven. Zoals het betaamt voor een leonbergse hond, ik ben dol op zwemmen en het is gezond.
Ik ben voor mijn baas een bron van vreugde al heb ik beslist niet enkel maar deugden. Het voornaamste echter, waar het om gaat: IK BEN EEN FIJNE KAMERAAD!!!